Alphen
aan den Rijn, 28 April 2004
|
Dear Carol Cooper, I
was contracted as a Red Cross nurse and started my work in October 1941. All the
nurses, doctors and crew were certain that the Oranje was most beautiful:
all white with a green band and red cross, also the one funnel. There
were two operating theatres (if I am not mistaken), a dentist, and a large
chemist. There were low down in the ship several cells for mental cases (bombhappy
as they were called) and many very nice wards – I cannot remember how many.
The wards were roomy and very clean and very clearly arranged for us to get at
the medicines and all you needed to help your patients. The beds were hung up
between two poles so that when the ship was rolling because of the rough sea the
beds remained still. There
were all sorts of wards for all kinds of illnesses and wounded and disabled men.
I was placed on ward P2; the wards P1 and P2 were for those men who were not
able to walk – shot legs or backs – all in plaster. The
Oranje then sailed from Java (Batavia) to Suez where we collected the
wounded servicemen – Australians and New Zealanders - to take them back to
Australia (Perth – Adelaide – Melbourne – Sydney) then on to New Zealand.
I cannot remember the ports there, as I never came that far. When we were on our
way to Australia, in December 1941, the Netherlands declared war to Japan. So
when we arrived at Sydney we, the Dutch medical staff, were ordered to go back
to Java. The Oranje however, now with an Australian staff, kept sailing
all through the war. Unfortunately,
I have never found a book or more special information about all her travels.
After the war m.s. Oranje was changed back into a passenger ship. Was,
after years, sold to Italy; in an accident got burnt out and sank, a very sad
end to a beautiful ship with a great history. Cornelia N. Hulswit |
Beste
Carol Cooper, Marianne
Bruinvels vroeg mij iets over het Nederlandse hospitaalschip “Oranje” voor
jou te schrijven. Helaas kan ik het mij niet allemaal zo goed meer herinneren,
het is wel erg lang geleden dat ik erop voer. Ik
was in dienst als een rode kruisverpleegster en begon mijn werk in oktober 1941.
Alle verpleegsters, doctoren en de gehele bemanning waren het erover eens, dat
de Oranje een prachtig schip was, geheel wit met een groene band en rode kruis,
evenals op de enkele schoorsteen. Er
waren twee operatiekamers (als ik het mij goed herinner), een tandarts en een
grote apotheker. Onderin
het schip bevonden zich verschillende cellen voor mentale gevallen (bom-happy
werden zij genoemd) en vele heel mooie verpleegafdelingen, ik kan mij niet
herinneren hoeveel er waren. De verpleegafdelingen waren ruim en heel schoon en
voor ons goed ingedeeld en voorzien van alle hulpmiddelen en medicijnen voor de
patiënten. De bedden waren tussen twee stangen opgehangen, zodat wanneer het
schip slingerde, de bedden rustig en stil bleven hangen. Er
waren verpleegafdelingen
voor allerlei soorten ziekten,
gewonden en gebreken. Ik was gestationeerd op P2; de verpleegafdelingen
P1 en P2 waren voor diegenen, die niet in staat waren te lopen, schotwonden in
de benen of rug, allemaal in het gips. De
Oranje voer van Java (Batavia) tot Suez om gewonde militairen, Australiërs en
Nieuw Zeelanders, op te halen en
terug te brengen naar Australië (Perth-
Adelaide – Melbourne – Sydney) en Nieuw
Zeeland. Ik kan me de havens daar niet meer herinneren, we zijn nooit zover
gekomen. Op weg naar Australië in december 1941 verklaarde Nederland aan Japan
de oorlog. Toen we in Sydney aankwamen werd de medische staf naar Java terug
gestuurd. De Oranje bleef de gehele
oorlog doorvaren, echter nu met een Australische bezetting. Ik
heb helaas nooit een boek of speciale informatie gevonden over haar reizen. Na
de oorlog werd de MS Oranje weer tot een passagiersschip omgebouwd. Werd na
jaren aan Italië verkocht en brandde door een ongeluk geheel uit en zonk, een
heel droevig einde voor een mooi schip met een groot verleden. Cornelia
N. Hulswit |